Mijn buurman is een oorlogsmisdadiger. Nou ja, hij zou bijna mijn buurman kunnen zijn. Ik zag hem al jaren op tv en nu leeft hij in mijn stad. Dat is een gek idee. Dat hij in een gevangenis zit en ik niet, maakt nog niet eens zoveel verschil. Hij ademt elke dag dezelfde lucht als ik. Zo zijn er meer bijzondere mensen hier. Ik zie koppen op het journaal: heel Nederland praat over ‘Politiek Den Haag’ als een obscuur eiland in de verte, waar politici konkelen en ons lot bepalen. Ik denk dan: dat is mijn stad.
Ooit besloten mensen om dicht bij elkaar te wonen. De groep wordt groter en plotseling is daar de stad. Dan besluit iemand een hoge toren te bouwen: samen staan we sterk. En op een dag spreekt iedereen een andere taal. De stad, in dit geval het bijna mythische Babylon uit de Bijbel, is de bron van alle talen en culturen.
Nu, in 2011, is de stad de invloedrijkste samenlevingsvorm ter wereld. Ja, politici maken zich zorgen over de onveiligheid op straat. Het is een gegeven dat een vrouw in de stad ’s avonds niet in haar eentje op pad zou moeten gaan. Of praten we elkaar angst aan? Hoe het ook zij, ondanks die onveiligheid stroomt de stad niet leeg. Integendeel. Volgens schrijver Geert Mak is de massale trek van het platteland naar de stad de grootste gebeurtenis van deze tijd. De stad leeft, groeit en wint aan invloed: ‘as the city goes, so goes the culture’, hoorde ik laatst iemand zeggen.
Als een mier kruip ik door het terrarium van de stad. Met mij bewegen honderdduizenden anderen door die wonderlijke biotoop. Dagelijks kom ik ze tegen: er zitten vreemde kostgangers tussen, bijzondere verhalen. Die oorlogsmisdadiger, inderdaad. Maar ook de ambtenaar en de straatmuzikant. De moslim en de ontevreden politicus. De kerk en de synagoge. De rijke Hagenaar uit het Statenkwartier en de Hagenees in de Schilderswijk. De tempel en de moskee. De koningin en de verkoper van de straatkrant.
Over hen ga ik schrijven. En in al die mensen en verhalen ga ik op zoek naar God. Wat ik zal vinden, weet ik nog niet. Ik laat me verrassen en verwonderen. Zou het toeval zijn dat een van de grote kantoorgebouwen in mijn stad Babylon heet?