Twee weken geleden las ik Bijbel wanneer ik er zin in had. Vanaf die dag heb ik zin om Bijbel te lezen. Twee weken geleden was ik christen. Vanaf die dag noem ik mezelf liever geen christen meer. Toen mijn leraar sprak werd ik zijn leerling, een gristen.
Ik hoorde hem, ik slikte, liep diep van binnen rood aan, en ik vroeg me af of ik kleur beken als ik zeg christen te zijn.
‘Ik ben christen.’ Het klinkt even veilig als iedereen vertellen dat ik van uitgaan houd – wie doet dat niet? – terwijl ik in werkelijkheid elk weekend mijn gezicht en dergelijke in de homoscene laat zien.







